Hiv-zorg voor transgender vrouwen moet beter
Transgender vrouwen in Nederland lopen een verhoogd risico op hiv, maar worden nog onvoldoende bereikt en behouden binnen de hiv-zorg.
Het onderzoek van SHM, uitgevoerd tussen 2011 en 2021, laat zien dat van de 260 trans vrouwen die hiv-zorg ontvingen, 239 in 2021 nog in zorg waren. Bij 87 procent van hen leidde de behandeling tot onderdrukking van hiv. Dat is onder de VN-doelstelling van negentig procent, en lager dan de 92 procent die wordt geraliseerd bij mannen die seks hebben met mannen (MSM).
Diagnoses worden laat gesteld
Een groot aandachtspunt is de late diagnose: tussen tien en 67 procent van de nieuw gediagnosticeerde trans vrouwen werd laat of zeer laat gediagnosticeerd, of zelfs met aids. Barrières zoals gebrekkige voorlichting, stigma, angst voor discriminatie en beperkte toegang tot zorg spelen hierbij een rol. Positief is dat na diagnose de meeste vrouwen snel begonnen met antiretrovirale therapie (gemiddeld binnen veertig dagen), en binnen 42 dagen virale onderdrukking bereikten. Vanaf 2015 verbeterden deze cijfers dankzij aangepaste behandelrichtlijnen.
Wantrouwen
Zo'n tien procent van de trans vrouwen raakt uit zorg, vaak door migratie naar het buitenland. Trans vrouwen vormen een mobiele en vaak gemarginaliseerde groep. Vaak ervaren zij wantrouwen jegens het zorgsysteem, wat vooral opgaat voor mensen uit landen met veel stigma rondom hiv en genderdiversiteit. Dit maakt het lastig om zorgcontinuïteit te waarborgen.
Dr. Vita Jongen, postdoconderzoeker en eerste auteur van het onderzoek, benadrukt dat transgender vrouwen vaak onterecht op één hoop worden gegooid met MSM, terwijl hun zorgbehoeften en ervaringen sterk verschillen. In Nederland is hiv-zorg onder deze groep nauwelijks onderzocht. Dankzij het ATHENA-cohort kon voor het eerst langdurig worden gekeken naar hun traject in de hiv-zorg.
Zorg combineren
Jongen pleit voor integratie van genderbevestigende zorg, zoals hormoontherapie, en hiv-zorg, bijvoorbeeld via community-geleide klinieken zoals de Transkliniek in Amsterdam. Momenteel moeten transgender vrouwen voor verschillende vormen van zorg op verschillende plekken zijn, wat drempels opwerpt. Ook ziet ze toekomst in het ontwikkelen van een Europees ‘zorgpaspoort’ om hiv-zorg bij migratie beter te coördineren – hoewel dit privacytechnisch uitdagend is.
Jongen onderstreept dat het gesprek over adequate hiv-zorg gevoerd moet worden met trans vrouwen zelf, in plaats van alleen over hen te spreken. "Hun inbreng is cruciaal voor effectieve en inclusieve zorg. Er is nog veel onbekend over trans vrouwen buiten het zorgsysteem. De echte uitdaging is het bereiken van deze ‘last mile’ in de hiv-epidemie."
Drempels wegnemen
Pieter Brokx, directeur van de Hiv Vereniging: "Vanuit onze achterban weten we dat deze groep meer moeite heeft met goede hiv-zorg vinden en behouden. We gaan graag met de beroepsverenigingen van de artsen en verpleegkundigen (NVHB en V&VN) in gesprek om te kijken wat de oorzaken zijn en hoe we die drempels kunnen wegnemen."
Beeld: pexels.com Celia Daniels
