
Angst is menselijk, stigma hoeft dat niet te zijn
Laat ik helder zijn: voor de slachtoffers moet dit ontzettend heftig zijn geweest. Niemand hoort zich onveilig te voelen in een trein. Niemand hoort geconfronteerd te worden met geweld of dreiging. Een prikincident moet altijd serieus genomen worden.
Maar juist wanneer emoties hoog oplopen, merk ik hoe belangrijk het is om ruimte te houden voor feiten. Omdat angst anders heel snel verandert in beeldvorming.
Ik leef zelf al jarenlang in een wereld waarin hiv niet alleen een medisch onderwerp is, maar ook iets waar stigma voortdurend omheen hangt. In mijn werk spreek ik mensen die soms meer last hebben van de angst van anderen dan van het virus zelf.
En precies daarom schrijf ik dit.
Want hoewel de schrik groot is, is de kans op hiv-overdracht in een situatie zoals deze in Nederland zeer klein.
Hiv draag je niet zomaar over
Hiv is geen virus dat zich gemakkelijk verspreidt. Voor overdracht moeten meerdere omstandigheden tegelijk aanwezig zijn:
- iemand moet daadwerkelijk hiv hebben;
- er moet voldoende virus aanwezig zijn;
- én het virus moet direct toegang krijgen tot de bloedbaan.
Zelfs bij prikaccidenten in ziekenhuizen — waarbij een zorgverlener zich prikt aan een naald die rechtstreeks uit een ader van een hiv-positieve patiënt komt — is het risico op overdracht gemiddeld ongeveer 0,23%. Minder dan 1 op 400 dus.
Een incident in de openbare ruimte is meestal totaal niet vergelijkbaar met zo’n medische situatie.
Daar komt nog iets belangrijks bij: zeer veel mensen met hiv - het overgrote merendeel in Nederland - gebruiken medicatie waardoor het virus onderdrukt wordt. Wie een onmeetbare viral load heeft, draagt hiv seksueel niet over en heeft bovendien sterk verminderde viruswaarden in het bloed. Dat principe kennen we als U=U: Undetectable = Untransmittable.
Uiteindelijk bleek bovendien dat er in deze zaak geen sprake was van hiv.
Voorzichtig zijn is goed. Paniek helpt niemand.
Na een prik- of bloedincident is het logisch om medische hulp te zoeken. Dat is verstandig. Artsen kunnen beoordelen of extra zorg nodig is, zoals vaccinatie of PEP-medicatie.
Maar voorzichtigheid is iets anders dan collectieve paniek.
Wat me telkens raakt, is hoe snel hiv in berichtgeving nog steeds gekoppeld wordt aan gevaar. Alsof het automatisch staat voor infectie, dreiging of risico. Terwijl de medische realiteit daar al jaren veel genuanceerder in is.
En precies daar ontstaat stigma.
Niet alleen in grote uitspraken, maar juist in ondertonen. In krantenkoppen. In de manier waarop mensen reageren. In de spanning die direct ontstaat zodra hiv genoemd wordt.
Voor mensen met hiv is dat niet abstract. Dat voel je in dates. In families. Op werkvloeren. Soms zelfs in de zorg.
Wat kun je doen als iemand verward of agressief gedrag vertoont?
Ik denk dat veel mensen zich machteloos voelen in situaties zoals deze. Zeker in een trein of publieke ruimte waar je niet zomaar weg kunt. Toch zijn er een paar dingen die echt kunnen helpen zonder jezelf extra in gevaar te brengen.
- probeer afstand te houden en creëer ruimte tussen jezelf en iemand die agressief of onvoorspelbaar gedrag vertoont;
- probeer niet te schreeuwen, provoceren of fysiek in discussie te gaan;
- maak contact met anderen in de wagon zodat mensen alert zijn en samen kunnen handelen;
- waarschuw personeel of bel direct 112 als een situatie escaleert;
- stap indien mogelijk over naar een andere coupé of verlaat bij de eerstvolgende halte de trein;
- en als er sprake is van een prik- of bloedincident: laat je medisch informeren, ook al blijkt achteraf vaak dat het risico klein is.
Ik merk soms dat mensen denken dat kalm blijven hetzelfde is als naïef zijn. Maar rustig handelen is juist vaak wat escalatie voorkomt. Veiligheid begint meestal bij overzicht houden.
Woorden doen ertoe
Ik denk dat veel mensen zich niet realiseren hoe zwaar beeldvorming kan wegen.
De meeste mensen met hiv in Nederland leiden gewoon een normaal leven. Ze werken, hebben relaties, zorgen voor anderen, maken plannen voor de toekomst, worden ouder. Hiv is medisch enorm veranderd.
Maar maatschappelijk dragen we soms nog steeds beelden uit de jaren tachtig mee.
En dat zie je terug op momenten zoals nu.
We kunnen geweld afkeuren zonder hiv verder te demoniseren.
We kunnen slachtoffers serieus nemen zonder angst groter te maken dan de feiten rechtvaardigen.
En we kunnen proberen om zorgvuldig te blijven spreken, juist wanneer emoties het overnemen.
Meer kennis betekent vaak minder angst
Misschien is dat uiteindelijk wat ik het liefst wil meegeven.
Een incident als dit is schokkend. Maar schrik is nog geen infectie.
Een naald is niet automatisch hiv.
En angst is geen medisch feit.
Mensen met hiv zijn geen gevaar voor de samenleving.
Feiten doen ertoe.
Maar menselijkheid ook.
En hoe beter we hiv begrijpen, hoe kleiner de ruimte wordt voor stigma.
Dinah Bons, Belangenbehartiger maatschappelijke en juridische zaken


